Een Rochefort Tripel! Is het wat?

Overdrijven we als we zeggen dat de tripel de meest onderschatte bierstijl ter wereld is? Ja, want dat is pils. Maar de tripel komt wel op de tweede plaats! Hoeveel kansloze zware blonde bieren heb je niet al gekocht, alleen maar omdat er ‘tripel’ op het etiket stond? Nou dan.
Dus toen dat bierinstituut, die in heiligheid gedrenkte, die brouwers van het bruine godenvocht van Rochefort, zich aan de tripel waagden, moesten wij wel even slikken. Let wel: toen hadden we nog geen slok genomen.

Geen zin om alles te lezen? Luister gewoon de podcast!

De Trappisten van Rochefort, die brouwen de Rochefort 10. Hoeveel onbeantwoorde liefdes hebben wij al niet verdronken met een Rochefort 10? Hoeveel teleurstellingen? Hoeveel onrecht? Hoeveel afwijzingen? OK, je mag natuurlijk ook een Rochefort drinken als je bijvoorbeeld eens hele goeie seks hebt gehad, maar je snapt het idee. De Rochefort 10, het is toch vooral een troost in moeilijke momenten en dat al decennia lang.

Waarom Rochefort, waarom?

Nou, en dan, met die staat van dienst hóef je toch helemaal geen tripel te maken? Waren ze niet gelukkig, daar in de Ardense bossen? Had God niet bepaald dat ze in Westmalle de meesterlijke tripel zouden maken en in Rochefort de meesterlijke quadrupel? Waarom die onnodige vernieuwing? En serieus: waarom een tripel? Is er een tekort aan tripels op de biermarkt? Of brouwen de Trappisten te weinig tripels? Wij dachten van niet.

Hoe dan ook: het is niet aan ons om de beweegredenen van de broeders trappisten te doorgronden. Wij zien een Rochefort Tripel staan en denken: die moeten we proberen. Maar proberen, dat is een beetje saai. Bovendien hebben we daar een account op Untappt voor. Nee, we zijn kritisch, ook op de broeders Trappist. En dus gooien we er eens wat echte tripels tegenaan. Een paar serieuze jongens. Veel Belgen en nog wat Utreg Pride. En daar doen we dan een test mee. Eens zien of de Rochefort Tripel zich staande houdt in een vergelijkende test!

Maar wat is een goede tripel?

Eerst natuurlijk nog even bepalen wat een goede tripel is. Nou, dat is makkelijk: de perfecte tripel is de Westmalle Tripel. Zo, dat ging lekker vlug. Nee, serieus, dat is wel de beste tripel die we kennen. Maar als we de smaak moeten omschrijven, dan denken we aan een zoet blond bier een goede balans door aroma en misschien nog wat bitterheid in de nasmaak. Daarnaast houden we van hints van koriander en sinaasappel. Het hoeft allemaal niet te gek te zijn maar een beetje kruidig is altijd wel lekker. Daarnaast is een hint van een saison vaak wel goed maar een tripel hoort wel altijd lekker fris te zijn. En ook een beetje verwarmend wat een standaard tripel heeft rond de 8.5% alcohol.

De kandidaten:

  • Maximus Donderstraal
  • St. Feuillien Tripel
  • Le Fort
  • Gouden Carolus Tripel
  • Rochefort Tripel

En waar is dan die Westmalle Tripel? Nou, we wilden het niet gelijk te gek maken. Eerst maar eens even de competitie in voor je de Champions League gaat spelen, zeg maar.

Maximus Donderstraal

Maximus Donderstraal Tripel beste test

Zo, we willen niet alléén maar ouwe suffe Belgen dus we werpen ook een frisse Nederlandse jongeling in de strijd met de Utrechtse craft bierbrouwerij Maximus. Zij maken de lekker Utrechts klinkende Donderstraal (Dohonderstroal) van een lichte 7,8%. Hij schenkt meteen goed in met zijn mooie witte schuimkraag. En dan ruiken we ook nog een hint van een saison. Kijk: we zijn al gelijk op de goede weg.

De Donderstraal blijft ook wat licht en fris. Wel een beetje zoet maar eerder licht en fruitig. Tot… de tweede helft van de slok. Dan ineens laat de Donderstraal zich van zijn andere kant zien en wordt ernstig bitter. In het begin valt het niet zo op maar naarmate je er meer van drinkt wel. Eerst frissig-zoet en dan, flats! komt de hop erin. Niet meteen vies maar wel ineens erg bitter. En we zien dan liever een wat mooiere eenheid van smaak.

Een beetje een bijtertje, die Donderstraal. Die bitterheid gaat ook nog lang door in de nasmaak. Op zich best lekker maar niet helemaal wat we zoeken in een Tripel.


St. Feuillien Tripel

St Feuillien Tripel  test beste

St. Feuillen is een abdijbier en hoort bij de ‘Belgian Family Brewers’. Dat zijn de bierbrouwerijen die al generaties meegaan en dus ook vaak in familiebezit zijn. Ze zijn niet per definitie klein (Duvel Moortgat zit er ook bij) maar vaak wel. En het is het soort brouwerijen dat de traditionele Belgische bierenstijlen, dus ook de tripel, brouwt. En al die traditie zie je terug in de St. Feullien Tripel. Hij ziet er namelijk schitterend uit. Mooi geel en een schuimkraag als een laag net gewassen katoen.

En dan de geur: hij ruikt nog meer naar een stal dan de Donderstraal. Veel meer zelfs. En ja, zo smaakt hij dus ook: een beetje als een saison. Het maakt op ons een nogal prettige Waalse indruk. Verder is de St. Feuillien trouwens helemaal niet zo uitgesproken zoet maar eerder erg mooi in balans. Maar, en nu komt het opvallende: hij is ook niet zo uitgesproken bitter. Hij is wel heel mooi gehopt maar de hop voert niet de boventoon. En de bitterheid dus ook niet. Daarvoor moet je wachten tot het einde van de slok, die dan alsnog bitter is. En zo is de St. Feuillien een tripel waarin geen enkele smaak de boventoon voert maar het geheel wel echt klopt.

De St. Feuillien tripel is een echte tripel, dus het is geen slap of karakterloos bier. Maar het is wel een bier dat smaakt alsof ze het al heel lang brouwen. Zeventienzoveel staat erop het etiket maar dat geloven we niet echt. Wat we wel geloven is dat die gist al heel lang meegaat. Die laat alle ingrediënten namelijk heel mooi bij elkaar komen. Alles grijpt prachtig in elkaar en dat smaakt toch echt anders dan ‘nieuwe’ tripels. Daaraan merk je dat die oude familiebrouwers toch wat meer is dan alleen een marketing-verhaal. Voor de maximale score zoeken we nog net dat beetje extra maar een topper is de St. Feuillien Tripel wel.

Tripel LeFort

Tripel LeFort beste test

Tripel LeFort is misschien een wat minder bekende naam maar dat is Omer toch zeker niet. De brouwer van LeFort is namelijk Omer van der Ghinste en er zijn in deze wereld bieren die het met een minder indrukwekkende stamboom moeten doen. Toch is de Tripel LeFort een redelijk jong bier. Zo jong zelfs dat Omer van der Ghinste meent te moeten pronken met allerlei bierprijzen op het etiket. Daarvan denken wij dan al snel: dat heeft zo’n bier toch helemaal niet nodig? En dat blijkt ook wel als we hem inschenken: deze schuimkraag behoeft geen krans. Mooi wit, het lijken wel watten.

En zoals het een Belgische tripel betaamt ruiken we hier ook weer de saison-achtige stalgeur. Heerlijk. Maar op andere vlakken smaakt de Tripel LeFort echt anders dan de andere tripels. Hij is veel zoeter. Of misschien niet eens zoeter maar eerder minder bitter. Dat maakt dat we de kruiden wat beter proeven maar we missen toch ook wel wat. Waar blijft de nasmaak? Waar blijft de hop aan het einde van de slok? Die missen we echt. We wachten op een nasmaak die niet komt.

Zo vinden we de Tripel LeFort een wat eenzijdig bier. We missen echt wat balans in de smaak. Dat maakt het bier ook wat minder complex dan bijvoorbeeld de St. Feuillien. En wat er dan wel is: de wat meer zoete smaak met wat kruiden, is eigenlijk ook niet zo heel spannend. Is dit bier nog wat nieuw? Wat minder uitontwikkeld dan de oude Belgische reuzen tegen wie hij het op moet nemen in deze test? Op zich is het geen slecht bier maar tegen de toptripels legt hij het toch echt af.

Gouden Carolus Tripel

Gouden Carolus Tripel test

Brouwerij Het Anker is de maker van de Gouden Carolus Tripel en die gooit er wat traditie betreft nog een paar scheppen bovenop. Deze Tripel zou al vanaf 1491 gebrouwen zijn voor de ridders van het Gulden Vlies. We nemen dit verhaal met een flinke korrel zout (de bierstijl Tripel bestaat bijvoorbeeld pas 90 jaar) en schenken ons alweer een heel mooi bier in. Veel kleine bubbeltjes vormen een mooie, dikke schuimkraag. En ook nu weer ruiken we een mooie saison-geur.

Brouwerij het Anker is ook een Belgian Family-brewer en dit is de brouwerij die goed is in het brouwen van bieren waar Belgische brouwerijen sowieso al heel goed in zijn. Zware, klassieke Belgische bieren. En de Tripel is de meest iconische Belgische bierstijl. De balans is prachtig. De smaken bestaan niet naast elkaar maar vloeien samen in een mooi gebalanceerd geheel. De Gouden Carolus Tripel is ook niet zoet of bitter. Hij is gewoon alles tegelijk op een hele mooie, prettige manier. 1491 lijkt ons echt een beetje onzin maar je proeft wel dat dit bier goed is uitontwikkeld en dat is heel zwak uitgedrukt. Alleen in de nasmaak wordt hij een klein beetje bitter en dat is natuurlijk prettig om te merken.

Wat een leuke proeverij zou moeten zijn ontaardt in een discussie op de Beste tot nu toe-burelen. Is dit een vijfpunter? Is dit bier net zo goed als de maat der tripels: de Westmalle Tripel? We weten het niet. We besluiten tot een drink-off met de Westmalle Tripel maar eerst genieten we nog even van de Gouden Carolus. Want hoe je het ook wendt of keert: dit is een van de weinige tripels die je niet gelijk zou inruilen voor een Westmalle.

Trappistes Rochefort Triple Extra

Trappistes Rochefort Triple extra test

En zo zijn we aangekomen bij de ster van de avond: de Trappistes Rochefort Triple Extra. Het hoe en waarom van een tripel hebben we inmiddels achter ons gelaten en we schenken hem gewoon in. Potver, weer zo’n mooie schuimkraag. Het is alsof je die er gratis bij krijgt als je een tripel maakt. En hij ruikt ook nog eens heel erg lekker maar wel minder als een saison dan de andere tripels uit deze test. Maar dat verandert als we hem proeven.

Want hij smaakt wel naar een saison. sterker, de Trappistes Rochefort Triple Extra smaakt wel heel erg naar een saison. En hij is dan ook nog eens veel zuurder. Niet gelijk geuze-zuur maar wel onmiskenbaar zuurder. En naarmate we er meer van drinken kristalliseren de smaken zich nog wat meer uit. We proeven nu niet alleen zuur maar echt een beetje citroenlimonade. In plaats van een tripel drinken we nu een radlersaison. We schamen ons er een beetje voor. Snel doen we een paar weesgegroetjes en nemen nog een slok. En wat proeven we daar? Naturelchips. Echt. Niet de gribbelde maar de gewone. Er zit echt een bepaalde zoute sensatie in deze Rochefort. We hadden een hoop verwacht van een Tripel van Rochefort maar dit toch niet. Het is een wat fris-zure tripel met een wat bijzondere ‘zoute’ ondertoon.

En zo heeft Rochefort zich niet laten verleiden tot een imitatie van de tripels van de medebroeders Trappist van Westmalle of La Trappe. Ze hebben een vernieuwende draai gegeven aan het concept tripel en dat is in ieder geval voor ons even wennen. Het past ook zo lastig tussen hun andere zeer klassiek bruine bieren. Moed kan de broeders Trappist van Rochefort niet ontzegd worden en dat is natuurlijk te prijzen. De Trappistes Rochefort Triple Extra is echt een aanvulling en dat hadden we niet verwacht. Maar is het ook een goede tripel? Dat hadden we graag gewild maar in alle eerlijkheid zijn de ‘oude’ Belgische tripels beter dan deze Rochefort. Toch geven we graag een extra halve ster voor deze mooie en onverwacht vernieuwende tripel.

Conclusie

We wilden eens kijken hoe de nieuwe tripel van Rochefort zich staande zou houden tegen een aantal andere tripels. Maar we hadden iet verwacht dat hij zo af zou wijken van zijn collega’s. Is hij lekker? Ja best maar ook weer niet superlekker. Hij is wel superinteressant.

Verder zijn eigenlijk alle tripels uit de test het drinken waard, waarbij de St. Feuillien en de Gouden Carolus eruit springen. Maar zijn ze net zo goed als de maat der tripels, de Westmalle Tripel? Daar gaan we achter komen. Binnenkort: de Tripel drink-off!

Arnoud

Drinkt liever beter dan meer. Blogt met een mening. Houdt van alle soorten bier behalve kriek en geuze. Strijdt onvermoeibaar voor het universele recht op goed bier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.